Waar ik woon daar schrijf ik, waar ik schrijf daar woon ik. Alle verhalen vinden ergens plaats, in sommige verhalen doet de locatie er niet toe, bij andere kan het niet anders, dan dat het plaats vindt in de omgeving van mijn huis. Ik woon in Amsterdam, in Mortola in Italië en ook woon ik, sinds 2019 in Warns, in Friesland. Daar ging het iets anders, ik begon er met mijn schrijverij, lang voordat ik er ging wonen. Maar, dit alles terzijde, want het leven is een reis met onderbrekingen en ook onderweg wordt er geschreven. Ik ben niet op trektocht, ik schrijf dit thuis, in Noord Italië, op de grens van Frankrijk, aan de Italiaanse Bloemenkust.

Vluchten kan niet meer
Louis Orange is een telg uit een geslacht van beroemde advocaten aan de Côte d’Azur, hij is getrouwd met Eva De Voûtes, erfgename van Monegaske vastgoedmagnaten. Hun gezamenlijke handel heeft zo zijn gewone lucratieve voortgang, totdat Louis verneemt dat De tuinen van Sir Henry Grand, even over de grens in Italië, te koop zijn. Het meest begeerde schiereiland in de streek was nooit te koop. Is het een gerucht? Er begint een wedloop van intriges en geruchten. De familie Orange – De Voûtes heeft er reeds bezittingen en wil toezicht houden op de verkoop van de Hortus Grand. Louis Orange zoekt uit wat er aan de hand is, wie de Hortus wil kopen, waarbij hij een heel andere praktijk moet volgen.In Vluchten kan niet meer wordt verwezen naar het gedicht De Tuinman en zijn dood. (Van Eyck) Het is een oud-Perzisch en een gejat gedicht. Daarin is de boodschap: De dood ontloop je niet. Een Perzisch edelman begint bij De Dood over zijn tuinman, die tijdens zijn werk door hem bedreigd werd. De Dood antwoordt, dat het geen dreiging was, maar verbazing over iemand die nog leeft, maar eigenlijk al dood is.

Het perspectief in Vluchten kan niet meer wisselt ook. De tuinman Mario Diquercia wordt bedreigd door Francisco Lucius, die voor de Europese chemische industrie werkte. Zij worden geschetst als antagonist en protagonist in een ophanden zijnde conflict. Lucius is de personificatie van de Dood. Diquercia heeft ook voor die chemische industrie gewerkt, maar als spion, als journalist undercover. Hij heeft indertijd een artikel geschreven over de funeste invloed van chemische bedrijven en wees Lucius aan als spil in een affaire, waarbij geïnfecteerde medicijnen in Afrika gedumpt werden. Dit artikel betekende het einde van de carrière van Lucius als chemicus, maar hij bleef nuttig voor de industrie. Lucius ontwikkelde zich in het opsporing- en inlichtingenwerk. Lucius ontdekt na zijn pensionering dat Diquercia nog leeft, hij verbaast zich erover en zint op wraak. Daarmee beginnen de verwikkelingen. Het decor is Italië aan het eind van de jaren ’70, begin jaren ’80, de nadagen van de Brigate Rosse, het hoogtepunt van de Koude Oorlog en de ontwikkeling van de Europese Gemeenschap. De plaats van handeling is Hortus Grand, waar bioloog Diquercia vanwege de Universiteit van Genua, als tuinman te werk wordt gesteld. Langzaam verschuiven de handelingen van de Hortus naar de daarin ‘gelegen Villa Ispahaan en wordt – net als in het gedicht – de grens tussen leven en dood overschreden. Je kunt Vluchten kan niet meer lezen als een lange interpretatie van het gedicht De tuinman en de dood. In deze vorm is het meer dan een interpretatie. ‘Bert Bakker schreef een modern verhaal, het oude Perzische vers was zijn leidraad,’ zou een recensent kunnen schrijven.