De Zwaluw

‘Na zijn succesvolle vogelbiografieën over het roodborstje en het winterkoninkje volgt de Britse vogelkenner Stephen Moss in zijn nieuwe boek een jaar uit het leven van De zwaluw. Moss weet de raadselen waarmee de geduchte insectenjager – en globetrotter – is omgeven op een meeslepende wijze te ontrafelen, waarbij hij uiteraard oog heeft voor alles wat de zwaluw zowel ornithologisch als cultuurhistorisch interessant maakt. Met zijn oogstrelende uitvoering is De zwaluw van Stephen Moss het ultieme vogelboek voor het voorjaar, ‘ dat meldt Bolcom om het boek aan te prijzen.

De zwaluw kent geen grenzen. Hij steekt landen en continenten over, en waar hij ook komt brengt hij vreugde in de harten van de mensen. Of we nu op het noordelijk of het zuidelijk halfrond wonen, hij verbindt ons iedere lente weer met de wereld der natuur. Maar op dit moment zijn er miljoenen mensen die hun kleingeestige, nationalistische vooroordelen aanwakkeren met haat jegens het verre en vreemde. Hoe komt het, vraag Moss me af, dat wij zo moeilijk iets kunnen leren van het leven van de globetrottende vogel? Nu onze wereld steeds meer verstedelijkt en miljarden stadsbewoners verstoken zijn van de ritmes van de natuurlijke wereld, begint de zwaluw de betekenis die hij vroeger had te verliezen.

‘We hebben tegenwoordig een andere band met zwaluwen dan de generaties voor ons,’ merkt Angela Turner aan het eind van zijn boek op. Zij vervolgt:
‘Hoewel veel mensen de zwaluwen nog verwelkomen als een teken dat het voorjaar is gekomen, zijn wij, in het Westen althans, voor een groot deel niet langer gebonden aan een religieuze of bijgelovige noodzaak om ze te beschermen. Als ze niet terugkomen naar onze schuren, huizen en tuinen, so what. Dat vinden we geen slecht teken meer, hoewel het waarschijnlijk wel een teken is dat er iets grondig mis is met onze natuurlijke omgeving’

Moss: ‘De boerenzwaluw is nog steeds, net als altijd, een boodschapper, maar nu is het geen blijde boodschap die hij brengt maar een onheilsboodschap. Hij is “de kanarie in de kolenmijn” van onze tijd. Hij waarschuwt de mensheid voor de potentiële gevaren van bijvoorbeeld een radicale klimaatomslag. In de zomers van de toekomst, om Aristoteles te parafraseren, wordt één zwaluw misschien het hoogst haalbare wat we kunnen wensen. En toch kan ik het niet helpen optimistisch te zijn. Het bestaan alleen al van de boerenzwaluw – een vogel die onze hoogste waarden symboliseert, waaronder vrijheid, veerkracht en bovenal hoop moet toch wel een teken zijn dat zelfs op de rand van de afgrond nog niet alles verloren hoeft te zijn.’

‘Dus wacht ik weer. En weer ben ik niet de enige. De boerenzwaluw staat misschien niet bij iedereen op de lenteradar, maar ik weet dat ik mijn gespannen verwachting deel met miljoenen anderen.. en staan we allemaal op de uitkijk. Misschien komt de eerste zwaluw wel vandaag, of morgen, of als het slecht weer is volgende week. Maar we weten dat hij – vooralsnog – zeker zal terugkeren,’ meldt Stephen Moss hoopvol.

Stel de zwaluw komt niet terug dan hebben we altijd nog De Bakker van O.C. Hooymeijer.

De Bakker van O.C. Hooymeijer

Kunstenaar en schrijver O.C. Hooymeijer (Vlaardingen, 1958) ziet ze vliegen. Vooral ’s nachts. Dan fladderen er allerlei ‘niet-bestaande vogels’ zijn hoofd binnen, zoals de langzaam krimpende Buigreiger, de bijzonder irritante Fluithaan of het Sneeuwduifje dat haar eitjes niet uitbroedt, maar uitvriest. Ook de Bakkers vliegen door zijn hoofd. Als een verwonderde toeschouwer legt Hooymeijer alles rondom zijn vogels zorgvuldig vast. Hij weet precies hoe ze eruitzien, waar ze broeden, hoe hun karakters zijn en met welke handige trucjes ze overleven. Elke wetenswaardigheid werkt hij zo nauwkeurig uit dat het bijna lijkt alsof zijn vogels er altijd al zijn geweest.

De jury van de Gerrit Benner prijs prees Hooymeijers eindeloze ideeën stroom en zijn onuitputtelijke vermogen om die in vele uitingsvormen te vertalen. Met de prijs wil de provincie Fryslân de aandacht voor de beeldende kunst onder het publiek te vergroten.

Bakker (constrixius fharinia)
(Lengte 15 / 28 cm)
Algemene, doch vrij zeldzame broeder. Verborgen, teruggetrokken gedrag. Prefereert verstilde oude naald- en loofbossen met kaalslagen, kronkelige paden en omgevallen, bemoste rottende stammen. Voedsel bestaat uit bessen, zaden, noten en knoppen, maar ook paddenstoelen staan op het menu. Korte, gedrongen verschijning met vierkante, in verhouding grote kop. Redelijk zware spitse snavel. Rug rood tot donkerbruin, borst licht met gespikkelde onderbuik. Tweeverschillende subspecies, de langstaart (constrixius fharinia pos), en de kortstaart (constrixius fharinia semipos). Opvallende opbollende ‘wangzakken’ waarin tijdens de voedertijd een grote voorraad voedsel kan worden verzameld en vervoerd.
Bouwt nest in karakteristieke ‘stoetvorm’, liggend op de zijtak van een, liefst, eiken- of beukenboom, waarbij de lengte aan die van de staart wordt aangepast. Doordat het nestmateriaal bestaat uit fijngekauwde noten, zaden, vruchten en bessen, verspreidt het, tijdens het uitharden, een ietwat zoete, weeïge geur. Hierdoor verraadt de Bakker zijn aanwezigheid, welke anders door het zeer verborgen gedrag niet opgemerkt zou worden. Het legsel, vijf lichtblauw gespikkelde eieren, wordt door de beide ouders uitgebroed. Als de jonge Bakkertjes uitgevlogen zijn, dient het verlaten nest gedurende de wintermaanden, als het voedselaanbod is verminderd, als ‘voorraadkast’ en wordt het in zijn geheel tot de laatste kruimel opgegeten. Gewoonlijk zwijgzaam. Volgens Hooymeijer is de Bakker een lekkernij:

Bakker in zuur (Recept)

‘Bakker in zuur’ is een gerecht afkomstig van de Hoge Veluwe. Met name in de omgeving van Ede, waar het onder de leden van De Gereformeerde Vrijgemaakte Broeders van Christuskerk de traditionele ‘Dag des Heeren schotel was. Daar volgens de zeer strenge leer van dit kerkgenootschap er op de zondagse rustdag geen enkele handeling mocht worden verricht welke niet in het tekenvan de Aanbidding van Christus de Heer stond, werd de maaltijd op de zaterdagmiddag bereid. Vlak voor twaalf uur ’s nachts werd de tafel gedekt met het zondagse servies en zilveren bestek. De gietijzeren pot met Bakker in zuur stond op een zeer zacht pitje op het petroleumstel de hele nacht te stoven. De zondag werd traditiegetrouw in een serene rust doorgebracht met het lezen van de Bijbel en zingen uit de Bundel van Johannes de Heer, onderbroken door de vaste drie kerkgangen. Na de late dienst genoot men in alle stilte van de boterzacht gestoofde Bakker. Door de afname van het aantal leden van de verschillende Gereformeerde Kerken en de daarmee samenhangende zondagsrust, is het gerecht min of meer in onbruik geraakt, maar als men op een willekeurige zondag door steden als Bennekom of Barneveld loopt, is er een kans dat de weldadige geur van ‘Bakker in zuur’ de neus prikkelt.