Wandelen en winkelen (in bewerking)

Als je de kant van Ventimiglia opgaat, loop je Latte in (over de Corso Monte Carlo, rustige weg, mooi uitzicht over zee. 15 minuten lopen geleidelijk naar beneden, terug – bepakt en bezakt – geleidelijk omhoog 20 minuten). In Latte heb je alles en ook de Conad, een hele grote winkel waar je ook weer alles kunt krijgen. Er zit een traiteur in, vers, drank, sterke drank. Er zijn nog een paar winkels en een paar restaurants (voor tussen de middag). Bar Mivi voor heerlijke broodjes en de beste expresso/ristretto!

Bij Latte is ook het dichtbij zijnde en meest toegankelijke strand. Vanuit Mortola ga je dan over de Corso Monte Carlo richting het dorpje, maar bij de eerste driesprong gekomen ga je even rechts, steekt over en loopt naar beneden. Verder rechtdoor, onder het spoor door: de zee, het strand.

In Mortola kun je linksom bij de Hanbury Gardens, via een klein paadje, bij zee komen (aan de oostelijke kant). Dit vraagt een zekere behendigheid maar het is te doen. In de tuinen van Hanbury kun je heerlijk rondzwerven. Er is een barretje. Extra: je loopt in de tuinen over de Via Appia heen, die gaat er dwars doorheen. De Via Appia zie je ook terug aan de kust bij het zwemplekje in Latte.

Als je vanuit Mortola Inferiore de kant opgaat naar Menton, loop je over de Corso Monte Carlo door Grimaldi Inferiore. Als je daar naar beneden kijkt, zie je ver onder je een mooi strand. Daar kom je via het geheimzinnige restaurant Baia Benjamin. Je kunt er goed en duur eten, heerlijke wijnen. Schitterende plek. Decor voor films. Om daar te komen wandel je door tot aan boulevard van Menton, je gaat dan linksom terug, langs de boulevard naar de grens. Daar doorlopen. Na de eerste tunnel (of tweede?) krijg je de aanduiding Baia Banjamin 018438002 (0039018438002). Vandaar naar beneden naar het restaurant/strand. Geblindeerde begrafenisauto’s, zonnebrillen op. Eigen bewaking mee.

Mortola Inferiore heeft een parkeerplaats, via een klein weggetje te bereiken vanaf de Corso Monte Carlo. Maria staat bij de opgang er naar toe.

Even terug. Je bent al wandelend, even na Grimaldi Inferiore, een kleine grenspost gepasseerd. Dat is een driesprong. Je bent doorgelopen naar beneden, maar je kunt daar ook rechts je weg vervolgen. Je loopt dan, boven het spoor, in de heuvels boven Menton op de Boulevard de Garavan.

Schitterende boulevard,  helemaal opnieuw ingedeeld, rolstoelvriendelijk bestraat met Europees geld. Moet een fortuin gekost hebben. Heel rustig. Dit is de mooiste wandeling aan de Côte d’Azur. Je wandelt door tot de Russische begraafplaats en vandaar kun je op op verschillende manieren naar beneden, het oude Menton in. Veel restaurants alle prijsklassen. Winkels, geen probleem. Langs de boulevard kun je dan weer terug wandelen naar het grenspostje. Of je neemt een taxi op de terugweg. Er is busverbinding van en naar Ventimiglia. Schema ligt in het huisje. Detailkaarten liggen daar ook.

Bovenstaande wandelingen kun je op je gemak doen, je kunt ook in Mortola recht omhoog de bergen in. Na een uurtje wandelen kijk je ver over Menton naar Monaco. Mooie uitzichten, maar: puf, puf. 

Een dagtochtje naar Monaco of San Remo allemaal te doen. Eventueel vouwfietsjes in de auto.

Klik hier om enkele mooie plaatsen aan de kust tussen Nice en Menton te bekijken.

Cap Martin, even verderop ten westen van Menton

The Hanbury Botanic Garden

The Hanbury Botanic Gardens were created in 1867 when Sir Thomas Hanbury, holidaying on the Côte d’Azur, was struck by the beauty of Cape Mortola, near Ventimiglia, and began to purchase , piece by piece, part of the land which later amounted to eighteen hectares. A pastureland zone was involved , bounded on three sides, by mountains which protected it from the wind , and to the south-east, washed by a flawless sea. In 1864, Daniel Hanbury, a pharmaceutical chemist, interested in recording the botanical origins of the many inaccurately identified drugs in the drug and spice trade of the times, took a vacation in the Riviera. Close to Menton, he came acros a promentory called Punta della Mortola, which contained a ruined palazzo surrounded by olive terraces. Impressed with the favorable climate and exposure of the site, he wrote to his younger brother, Thomas, who was making a fortune as a silk and tea merchant in Shanghai. Three years later, Thomas was able to visit the parcel himself, viewing it from on board ship. Equally impressed, and with the wealth to act, he purchased the property to which to ‘retire’ at the age of thirty-five! Skillful botanists were called from Germany, exchanges were organized of gardeners and scholars abroad, especially with the Kew Gardens, and special zones were created to group plants gathered together for their phytogeographic or ecological or aesthetic peculiarities. This criterium inspired the creation of the Japanese Garden, the Australian Forest, the collection of roses, that of succulent plants, the Garden of Perfumes and many other special areas. Among the numerous Italian and foreign gardens which may be visited today the Hanbury Botanic Gardens occupy quite a special place. They represent in fact, an exceptional acclimatization area where exotic plants from all over the world grow together in the open air, though out of their natural environment. It is this wonderful “cohabitation” which makes the charm of the Hanbury Botanical Gardens: as seasons change, the Gardens display a range of colours and forms such as only Nature can offer.

Hier kun je, dankzij het Internet, Youtube en een enthousiaste amateur alvast een kijkje nemen in de Hanbury Gardens. 

Uitzicht over de tuinen van Sir Thomas Hanbury vanuit Kamer aan Zee

Giardini Botanici Hanbury

Tra i numerosi giardini italiani e stranieri che si possono visitare oggi, i Giardini Botanici Hanbury occupano un posto tutto speciale. Si tratta, infatti di un’eccezionale area di acclimatazione dove piante esotiche, provenienti dalle parti piu diverse del mondo, convivono all’aperto anche se al di fuori del loro ambiente naturale. Il visitatore non puÚ aspettarsi di vedere un giardino ricco di bordure e di aiuole disposte con regolarite e neppure prati erbosi e pettinati: si tratta, piuttosto, di un insieme di piante che vivono liberamente, fioriscono, fruttificano e producono semi fertili, completando cosÏ il ciclo biologico che hanno in natura. Spesso, proprio nel rispetto di quanto avviene allo stato spontaneo, le foglie secche dell’anno precedente vengono lasciate sulla pianta ed appaiono come si trovano nella foresta o nei deserti da cui provengono. Il fascino dei Giardini Botanici Hanbury sta in questa meravigliosa convivenza: qui si alternano infatti, nelle varie stagioni, colori e forme che solo la natura sa offrire alla nostra vista.

http://www.giardinihanbury.com/hanbury4/

Alta Via dei Monti Liguri

Het langste ononderbroken pad van Italië vind je in Ligurië: Alta Via dei Monti Liguri. Het grootste deel van de tijd, loop je op slechts tientallen kilometers van de kust. Uitzicht gegarandeerd

Het pad begint iets boven Ventimiglia en loopt door tot iets ten noorden van La Spezia in de gelijknamige provincie. In totaal is het zo’n 440 kilometer. De route loopt steeds op een afstand van minder dan 15 km vanaf de kust; de zee  is vaak vanaf de route goed te zien. Als je hier klikt, kom je op een site die het gebied rond Dolce Aqua in kaart brent

De paden zijn niet overal evengoed onderhouden en er zijn ook niet overal voldoende overnachtingsmogelijkheden. Een tent is dus een noodzakelijk. Ook is zeker ook niet overal voldoende water aanwezig: er zal een flinke voorraad meegesleept moeten worden. Het westelijke deel van de route is absoluut alpien te noemen (met gemzen, edelweiß en (onbemande) berghutten). Het centrale deel is heel ruig en slecht onderhouden. Het oostelijke deel is goed onderhouden en gemarkeerd. Het westelijke en het centrale deel (bij Genua) zijn eenzaam. 

In Kamer aan zee ligt Smalle Paden, Tochten in en rond een Italiaans bergdorp van Julia Blackburn (Bezige Bij 2011). Verplicht studiemateriaal. Een geschenk van Dick en Els. Hieronder foto’s en kaarten van het enorme wandelgebied.

Het gehele traject: 440 kilometer
De Alta Via bij Dolce Aqua
Het gehele gebied met parken en tuinen. Helemaal links The Hanbury Gardens in Mortola Inferiore
Gebied met de indeling in wandelkaarten

Moulinet:

Forêt de Turini

Moulinet ligt in de bergen boven Menton op 800 meter. In de Alpes Maritîmes. Op weg van Sospel naar de Col de Turini passeer je Moulinet. Aan de rand van het Parc du Mercantour, in het Forêt de Turini. Geen gebied in Europa kent een grotere variatie in klimaten en landschappen dan deze alpen. Het noordelijke deel bestaat uit granieten massieven, terwijl het midden en zuidelijk deel uit kalk zijn opgebouwd. Deze kalk formaties zijn nog vóór de komst van de dinosauriërs ontstaan, zo’n 65 miljoen jaar geleden. Een enorme binnenzee strekte zich hier uit. Gedurende een proces van miljoenen jaren deden aardbevingen de Alpes Maritimes ontstaan. Later schuurde schuivend landijs het gebergte uit tot scherpe pieken en diepe dalen. Wandelend door dit berggebied met besneeuwde toppen van boven de 3000 m, verraden fossielen van schelpen en koralen de oude zeebodem onder. Vanuit Moulinet, maakt u in het Forêt de Turini, wandelingen door kurk- en steeneikbossen. Dit is de Provençe van zwoele avonden met doordringende mediterrane geuren van tijm, rozemarijn en lavendel. De bergen zijn hier “vrij” voor actieve sporten.

De Grand Randonné 52A ligt er voor wandelaars
http://pagesperso-orange.fr/moulinet/

Moulinet:
Parc du Mercantour

In 1979 besloot de Franse overheid een deel van de Alpes Maritimes te beschermen tegen het oprukkend skitoerisme. Daarmee werd het Parc du Mercantour geboren, een 65.000 ha groot gebied. Dit natuurgebied staat bekend om haar gevarieerde plantengroei. Naast mediterrane flora vindt u hogerop vochtige loofbossen van eiken en beuken. Toppunt van schoonheid zijn de bloemrijke alpenweiden, waar de lente tot diep in de zomer doorgaat. Het is het leefgebied van typische alpenfauna, met soorten als de alpensalamander, de gems, de steenbok en de alpenmarmot.
http://www.mercantour.eu/

 
En Balade:
A la découverte du Mangiabo

Maurice Naret schetst een interessante wandelroute. De route kan bewandeld worden van beneden naar boven of omgekeerd. Daags ervoor even een auto parkeren. Ook is het mogelijk halverwege de route af te steken naar Moulinet. Die mogelijkheid oppert Maurice niet, maar het behoort wel degelijk tot de mogelijkheden. Puntsgewijs gaat hij u voor op de GR 52, vanaf “Cabanes Vieilles” tot aan Mont Mangiabo. Dagdromen, duizelingwekkende vergezichten, de geur van verse kruiden, stilte rondom. Rugzakken, eten en extra water mee. Vroeg in de ochtend vertrekken.

Joli village plein d’ombre et de fraîcheur A Sospel, direction Turini, les lacets très bien étagés nous amènent à Notre-Dame de la Menour. Petite halte. Une brève grimpette à la chapelle nous offre une vue saisissante sur les gorges du Piaon. De nouveau en voiture et nous voici au Moulinet, joli village plein d’ombre et de fraîcheur, où l’on se sent si bien. En route pour la longue montée vers la très belle forêt de Turini. Au col, emprunter la seule route qui monte, direction “Camp d’Argent”, petite sta tion de ski. Poursuivre jusqu’à la Baisse de Thueïs. Ici se trouve une cabane d’information du parc du Mercantour. Prendre la route à sens unique qui s’enroule tout autour de la pointe de Mille-Fourches. Route étroite, non bordée, environ 700 mètres de pente à pic.

Voici “Cabanes vieilles” (1779 m), anciennes casernes en ruines. De là, par temps clair, la vue porte très loin vers 1 ‘Ouest. Encore quelques cen taines de mètres en auto. La route fait une épingle très vaste. Stopper ici. Une large piste barrée d’une bigue s’enfonce dans la forêt vers le Sud. Sac à dos ! Point I Cheminer jusqu’à trouver dans un large tournant une balise brune indi quant le GR 52 vers Sos pel et Menton. Prendre ce sentier, point 2. Il descend aisément vers la Baisse de la Déa sur le versant est.

Superbe vue A la Baisse (1750 m), on retrouve la piste qui arrive sur la droite, point 3 Descendre un peu sous le col, versant ouest, dans les cailloux. 3 ou 4 traces filent vers le sud. Prendre la plus haute et demeurer vigilant surtout avec des enfants. Pente raide, caillouteuse, un peu inconfortable ! En 20 minutes, l’on arrive à un petit col, point 1. L’on est au pied du mont Mangiabo (1821 m) que l’on gagne très vite par une simple pente herbeuse. De là, belle vue plongeante vers le Col de Brouis et toute la châîne frontière. Revenir sur ses pas jusqu’au point ~ et reprendre le même chemin. L’on remarquera une plaque commémo rative relatant qu’un lieutenant de chas seurs alpins s’est tué en portant secours à l’un de ses hommes.

Une fois à l’a Baisse de la Déa, on pour ra toujours reprendre le sentier, sinon opter pour la piste. Les deux se rejoignent au point 2 Baisse de Ventabren. Sur la crête, superbe vue plongeante double à la fois sur Breil et son lac et sur Moulinet et ses toits. L’on reprend l’auto, le sens obligatoire. Une visite au fort des Trois communes. De là, pour une autre fois, le GR 52 file vers les Merveilles par le “Pas du diable”. L’on pourra agrémenter le retour en ren trant à Menton par Peira-Cava, les cols de l’Orme, de l’Ablé, de Braus, de Saint-Jean et de Castillon. Très belles petites routes en sous-bois. Pour ceux qui aiment faire des haltes, silence et verdure!  Maurice Naret

(Durée: environ 4H Accessible à tous Faible dénivelée: entre 1700 et 1800 m Prudence dès le point 3 Carte IGN / 3741 Ouest).

Klik hier om delen van deze wandeling te zien.

 Descente d’Authion à Breil:

Plongée dans le vert

Via verschillende zoekprogramma’s kun je tegenwoordig wandel- en fietsroutes van het Internet afhalen. Zoals deze hieronder. We hebben wat gekapt in de uitbundige stijl, maar het blijft een feit vanaf l’Authion zie je ’s ochtends de Middellandse zee en ver onder je ligt Breil in het groen verscholen. Vanaf de “Baisse de Tueis (1889 m) en “Cabanes Vieilles” duik je naar beneden. Vandaar geen moeilijke afdaling,  wel een  lange. Eerst de remmen en remblokjes inspecteren!

Le départ de ce parcours en aller simple a un petit air de raid. Une fois les voitures reparties, il est trop tard pour s’apercevoir d’un oubli. Quant à prétendre larguer en cours de route ses petits copains, la remontée, même partielle des quelque 1700m de descente qu’offre, sur un plateau, cet itinéraire magnifique, en dissuade définitivement. C’est donc une sorte de plongée dans l’inconnu qui attend les candidats à cette descente dans le vert. Presqu’une plongée dans le «bleu» comme les affectionnent les plongeurs sous-marins. Sans être aussi verticale, la raideur de la piste oblige rapidement à lâcher les freins surchauffés. Mais avant cette partie d’ivresse, l’itinéraire suit une partie de la boucle de l’Authion. Un peu de bitume posé à flanc de pente herbeuse, pour se chauffer et faire connaissance. Une fois engagés sur la piste, les cyclistes découvrent l’attrait de ce massif de l’Authion: une situation exceptionnelle. Malgré sa faible altitude, la crête offre une superbe vue sur le Mercantour, mais également les cimes plus modestes orientées vers le sud. Par temps clair, la découpe du littoral apparaît clairement frangée par une mer métallique. C’est cette partie très aérienne qui précède le carrefour de la baisse de la Déa, qui caractérise l’itinéraire. Autant prendre son temps, donc, pour profiter de la vue. La piste est assise sur une route stratégique bordée de murets qui laissent rêveurs. Sans eux la sortie de route ne s’arrêterait pas avant le lit de la Bévéra… 800m plus bas! La baisse de la Déa met un terme à cette débauche de panoramiques, bornés de loin en loin par une fortification. Mais le passé de cette ancienne crête frontière ressurgit à chaque tournant. En 1794, elle était déjà stratégique. Cette année-là, les armées de la Révolution ajoutaient Saorge, La Brigue et Tende, à leur pénétration dans la Roya. Marquée l’année précédente par la prise de Breil-sur-Roya. Un bref épisode d’ailleurs dans une succession de prétentions diverses sur cette vallée de la Roya dont l’intérêt, lié un temps au transport par caravanes du sel varois vers le Piémont, continue d’être ardemment défendu. Peu après la baisse de la Déa, un tunnel conserve un signe lisible de l’intérêt du site. Un bas-relief date le percement de la galerie et, sept ans plus tard, en 1794, la fin de la réalisation du tunnel. La suite du parcours, parce que nettement plus pentue, constitue certainement la partie la plus amusante. La descente s’achève lorsqu’est atteinte la partie goudronnée de la route de la Maglia. La prudence s’impose tant la clue qui coule en contrebas attire de monde. Les croisements de voitures y sont fréquents. Magnifique descente de 1 700 m de dénivelée, très aérienne dans sa partie initiale, qui recoupe tous les étages de végétation depuis les alpages d’altitude jusqu’à la flore méditerranéenne du pays breillois. Elle peut se coupler avec une visite des forts de l’Authion où se déroulèrent des combats meurtriers durant la période 1792-1794 ainsi que pendant la seconde guerre mondiale. Itinéraire De la baisse de Tueis (1889 m), prendre la petite route du circuit de l’Authion jusqu’au lieu-dit Cabanes Vieilles où se trouve un point d’interprétation du parc national. Faire encore 1 km pour trouver à droite le départ de la piste de descente tangentielle au GR 52. Franchir la barrière interdisant l’accès aux véhicules à moteur et rejoindre la balise 151. Poursuivre sur la piste de droite en légère montée, puis, par une traversée en crête très aérienne et agréable, descendre à la baisse de la Déa (1 750 m). Quitter alors le GR 52 et continuer la traversée en versant Nord-Est sous la crête de Carmes avant de descendre plus franchement vers la maison forestière de Palicherme près de laquelle on quitte la zone centrale du parc national (1 250 m). Poursuivre la descente sur la même piste et rejoindre l’embranchement de la piste de la Maglia. Prendre à droite la piste qui continue à descendre en dominant les gorges étroites de la Maglia pour devenir bientôt une route goudronnée.

(prudence, car de nombreux véhicules empruntent cette portion de route). Atteindre la D.2204 et rejoindre facilement Breil-sur-Roya (290 m).