Roman in wording:

Vluchten kan niet meer

In Warns op 20 april 2021 schreef ik: ‘Louis Orange is een telg uit een geslacht van beroemde advocaten aan de Côte d’Azur, hij is getrouwd met Caroline de Voûtes, erfgename van rijke Monegaske vastgoedmagnaten. Hun gezamenlijke handel heeft zo zijn gewone lucratieve voortgang, totdat Louis verneemt dat de tuinen van Sir Henry Grand, even over de grens in Italië, te koop zijn. Het meest begeerde schiereiland in de streek was nooit te koop. Is het een gerucht? Er begint een wedloop van intriges en geruchten. De familie Orange-De Voûtes heeft er reeds bezittingen, wil de tuinen graag verwerven, maar niet tegen elke prijs. Louis Orange zoekt het uit, waarbij hij een heel andere praktijk moet volgen’.

Bert Bakker: ‘Ik had het verhaal over De Tuinman al, maar wie kon het vertellen? Louis Orange hielp mij. Dat heeft hij eerder gedaan bij Het dal van de wonderen. Gek, dat ik niet eerder aan hem heb gedacht.  Lowietje trekt wel het gehele verhaal naar zich toe, maar hoe kan ik daar bezwaar tegen maken? Het ligt in zijn karakter. Hij is een Droogstoppel die overal meer van afweet en zelfs zijn personeel mee laat schrijven. Hij schrikt nergens van terug en wijkt niet voor de dood. Ik veranderde de wertitel van de roman in Vluchten kan niet meer.

De werktitel Over de tuinman en zijn dood verwijst naar het gedicht De Tuinman en zijn dood. (Van Eyck) Het is een oud-Perzisch en een gejat gedicht. Daarin is de boodschap: De dood ontloop je niet. Een Perzisch edelman begint bij De Dood over zijn tuinman, die tijdens zijn werk door hem bedreigd werd. De Dood antwoordt, dat het geen dreiging was, maar verbazing over iemand die nog leeft, maar eigenlijk al dood is.

Zodoende veranderde ik de titel in Vluchten kan niet meer

 

De Hortus van Sir Henry Grand

Het perspectief in Vluchten kan niet meer wisselt. De tuinman van Hortus Grand, Mario Diquercia, wordt bedreigd door Francesco Lucius, die voor de Europese chemische industrie werkte. Zij worden geschetst als antagonist en protagonist in een ophanden zijnde conflict. Lucius is de personificatie van de Dood. Diquercia heeft ook voor die chemische industrie gewerkt, maar als spion, als journalist undercover. Hij heeft indertijd een artikel geschreven over funeste invloed van chemische bedrijven en wees Lucius aan als spil in een affaire, waarbij geïnfecteerde medicijnen in Afrika gedumpt werden. Dit artikel betekende het einde van de carrière Lucius als chemicus, maar hij bleef nuttig voor de industrie. Lucius ontwikkelde zich in het opsporing- en inlichtingenwerk. Lucius ontdekt na zijn pensionering dat Diquercia nog leeft, hij verbaast zich erover en zint op wraak. Het decor is Italië aan het eind van de jaren ’70, begin jaren ’80, de nadagen van de Brigate Rosse, het hoogtepunt van de Koude Oorlog en de ontwikkeling van de Europese Gemeenschap. De plaats van handeling is Hortus Grand, waar bioloog Diquercia vanwege de Universiteit van Genua, als tuinman te werk wordt gesteld. 

Bert Bakker: ‘Je zou het kunnen lezen als “een lange interpretatie van het gedicht”. In deze vorm echter is de roman veelmeer dan een interpretatie. Ik schrijf er een modern verhaal over de dood bij en het oude Perzische gedicht is mijn leidraad.’