Waarom ik niet naar Elim* ga

Op het ogenblik, dat hij voelde dat er niet meer naar hem gekeken werd, voer hij rustig verder om zich te ontspannen, om zijn schouderbladen weer los te maken, toen draaide hij de kano. Hij wist dat hij dit niet moest doen en dat hij een andere, een lange route moest nemen. Toch  keerde hij. De rillingen van angst zaten nog in zijn lichaam. Hij voelde koorts rond zijn lendenen, op zijn rug; slikken lukte hem nog niet en toch wendde hij en voer terug. Dreigend en imposant was de zwaan op hem afgevlogen en voor hem neergestreken. Doorvaren was onmogelijk. Hij had de boot stil gehouden en voer achteruit. Sidderend, met de vleugels strak tegen het lichaam, de kop en hals laag ertussen, kwam de zwaan op hem af.  Sneller voer hij terug in korte  slagen en bij elke slag  hield hij de peddel voor zijn borst. Zijn achterwaartse en de voorwaartse bewegingen van de zwaan gingen steeds sneller. Elk moment zou de zwaan kunnen opvliegen en - als een door de mens bedreigde diersoort, dat zijn kroost beschermd - hem aanvallen. Het omgekeerde was het geval: hij werd bedreigd. In een confrontatie zou hij zou weinig kans voor overleving hebben. Een open kano, een lichte peddel, de zwaan met gestrekte hals van minstens één meter, met vleugels van een reikwijdte van drie meter. Hij zou uit de kano worden geslingerd. Maar er was geen zwaan meer te zien en even haalde hij opgelucht adem. 

Toen herinnerde hij zich een voorval uit zijn jeugd. Hij beoefende verschillende sporten en zo ging hij ver van huis naar een gymlokaal, waar de sportvereniging Elim gymnastiekles gaf. Op Elim zat een jongen. Het was een zielige jongen en die kwamen altijd uit andere buurten. Na afloop wilde de jongen steeds met hem vechten en dat wilde hij niet. De jongen voelde slap aan en er ontbrak een arm. Met een eenvoudige handeling zou hij hem op één been gezet hebben en zou hij kansloos zijn. Nee, hij wilde niet met hem vechten. Na afloop van een gymles stonden de jongen met zijn vriendjes op het schoolplein. Weer weigerde hij het gevecht en stapte terug. Op dat ogenblijk  werd hij van achteren beetgepakt en kreeg de eenarmige bandiet een stok in zijn hand gedrukt. Zich verweren kon hij niet. De slag kwam vol op zijn hoofd, en flauwgevallen zeeg hij ineen.

Plots was de zwaan er weer en hij stevende in volle vaart in zijn richting, klaar om hem te elimineren. Vlug keerde hij de kano, om sneller met grote slagen weg te kunnen varen. Hij hoorde de zwaan komen, hij hield de peddel boven zijn hoofd, klapwiekend scheerde de zwaan over hem heen.

 

Bert Bakker

2014

Waarom ik niet naar Elim ga, werd in het Fries gepubliceerd in: In daalders petgat, notysjes út tsien jier Skriuwerarke (In daalders petgat, notities uit tien jaar schrijversark). Het rijk geïllustreerde boek werd uitgegeven door de Stichting FLMD/Tamminga-Piebenga Fûns. De samenstellers zijn: Wytske Rypma, Lysbert Bonnema en Pieter de Groot.

 

*Elim is de naam van een bijzondere oase. Het Hebreeuwse volk, dat op de vlucht was voor verdrukking en slavernij en op zoek naar geluk, hield er halt. Na een zware tocht door de woestijn konden de mensen er tot rust komen en nieuwe krachten opdoen, alvorens hun tocht verder te zetten.