Zondag 6 april 2008 werden in het Bibliotheektheater in Rotterdam de prijzen voor de El Hizjra-literatuurprijs bekend gemaakt. De eerste prijs proza (15 tot 18 jaar) ging naar Monique Samuel met het verhaal De laatste slangendans waarin zij werelden van verschil bijeenbrengt: de betovering van de slangenbezweerder en de concentratie van de verhalenverteller. De laatste slangendans werd ook de titel van het boek dat bij de uitreiking (van Gennep, 2008). Ik won met  Het Horloge de gedeelde tweede prijs, samen met Samoen Os. Sinds 2010 ben ik bestuurslid van El Hizjra Zie: http://www.elhizjra.nl

 

 

Het horloge

Zou hij ooit nog weer goed kunnen horen, kunnen zien, kunnen ruiken? Hij herinnerde zich van vroeger vage beelden, onheldere geluiden en ook aan geuren van vroeger had hij wel enige herinnering. Hij begreep de boodschappen niet van de artsen aan zijn bed en hij begreep ook niet wat hem was overkomen. Een ziekenhuis dat begreep hij wel. Maar waar en hoezo? Wat moet zich al weer enige tijd terug afgespeeld hebben. De artsen maakten de indruk veel te weten van zijn "sensorische uitval". Hij wist niets, ook niet wat dat betekende.

    "19 maart 2005 in de ochtend," zei één van de dokters. Het klonk hol en ver weg. Hij draaide zich boos om in zijn bed. Geheimtaal. Een datum. Wat had dat ermee te maken? In bed lag hij te denken wat hem overkomen zou kunnen zijn.

    "Je moet teruggaan naar het begin," had één van de artsen gezegd. Welk begin? Ze hadden hem een kapot horloge gegeven. De wijzers stonden stil: vijf voor acht. "19 maart 2005, vijf voor acht," zei hij zachtjes voor zich uit. Er gebeurde niets: geen beelden, geen geluid, geen geur.

De ochtend erop keek hij op de klok van de zaal en wachtte totdat de wijzers in de zelfde stand stonden als het horloge. Onscherp zicht. "19 maart 2005, vijf over acht" zei hij voorzichtig. Niet wetende wat het betekende, noch wat er ging komen. Er gebeurde niets. Hij deed zijn ochtendjas aan en liep de gang op. Een beetje op de tast, voorzichtig schuifelend. Hij zag vage beelden. Gelukkig was het nog niet druk. Geen geluid. Sterk overheersende geur van desinfecterende middelen. Lysol? Hij hield het horloge stevig vast in zijn linkerhand. Een andere patiënt groette hem. Hij groette terug. Hij deed zijn linkerhand open en vroeg: "Vijf voor acht?" De andere patiënt keek op zijn horloge en zei: "Het is al later, het is tien over acht."

    "19 maart, vijf voor acht?" vroeg hij daarna. Zijn mede-patiënt begon zo maar te huilen. Een schokschouderend snikken.

    "Alles is weg," zei hij. "Alles is weg. Bij u ook?" Hij bleef dicht bij hem staan, hield het horloge stevig vast. Hij schrok. Er gebeurde niets.

    "Ik weet het niet. Ik herinner me niets." De andere patiënt liep door. Vertwijfeld bleef hij staan. Er is toen iets gebeurd. Ik was daarbij. Hij was daarbij. Toen begon hij ook te huilen om iets dat hij niet wist.

    "Meneer Almajd wat staat u daar op de gang. Bent U verdrietig?" De zuster van de zaal.

    "Vijf voor acht," zei hij voorzichtig tegen haar.

    "Nee, Meneer Almajd, het is al veel later. Kom mee naar uw bed. Er is ontbijt voor u gebracht. Ze zoeken u."

Die gehele ochtend sliep hij, maar anders dan voorheen. Hij sliep als een kind met hoge koorts. Hij droomde van hooggelegen steppen in een land ver weg. Schapen, een riviertje. Een hoeder. Zijn geboortestreek? Hij zag zich zelf door het landschap lopen. Trekvogels streken al neer. Hij herkende lentebloemen. Al zo vroeg in maart?

Toen hij wakker werd, bevond hij zich in een ziekenhuis bed. Aan het voeteneind stonden de doktoren, assistenten.

    "19 maart 2005, vijf voor acht," zei hij op besliste toon tegen ze en pakte het horloge van het nachtkast alsof het zijn laatste strohalm was.

    "Alles is weg," riep hij de zaal door. Ze keken hem vriendelijk aan alsof ze het moment maar al te zeer kenden.

    "Alles is weg. Bij u ook?" vroeg hij vervolgens. Die zin herinnerde hij zich van vanmorgen van zijn mede-patiënt. Toen begon hij onbedaarlijk te huilen. Beelden. Waar ze vandaan kwamen, wist hij niet.

Een enorme explosie doet midden in het centrum een schoolbus opvliegen. Pal, naast het drukke marktplein. De markt is dan reeds in volle gang. De bus wordt binnenste buiten gekeerd en in brokstukken in het rond geslingerd. Geen van de inzittenden overleeft de klap. Bloed in spatten en vlekken, bloed als kleine stroompjes. Omgeslagen telefoon- en electriciteitspalen. Kinderwagens, kledingstukken, tassen. Vleesresten. De kraampjes worden met inhoud en al weggeblazen, het glas in de omringende gebouwen barst naar binnen. Alles wordt verwoest in een uitzinnig geweld. De ravage op het plein is onvoorstelbaar. Een landschap als een bloederige krater. Dat is er wat er overblijft. Beiroet, 19 maart 2005. Vijf voor acht. Alles is weg.

Almajd keek uit het raam van het ziekenhuis over de stad. Hij wist nu wat er gebeurd was en in de verte kon nog de lege plek zien. Zijn marktplein waar hij zijn kraam had. Hij zag vrachtauto,s af en aan rijden om het puin op te ruimen dat er nog restte. In zijn linkerhand omklemde hij zijn enige houvast. Het horloge dat hem niet alleen terugvoerde naar een tijd die stilstond, maar dat hem zijn herinneringen, zijn beelden en geuren van vroeger, teruggaf.

BB

Gedeelde tweede prijs met Samoen Os