iBij het verschijnen van de dichtbundel  Zonder titel zonder jaar:

Debuteren met Nicolaas Matsier

Amsterdam, 20 november 2017 - Vorige week donderdag verscheen de eerste dichtbundel Zonder Titel zonder jaar van de schrijver Nicolaas Matsier.  Matsier heeft een rijk oeuvre, een oeuvre met de vleugelwijdte van een condor. Petje af, nu heeft hij er weer een dichtbundel bij. Tjit (alias Nicolaas) ken ik al heel lang en uit andere tijden. Twee strofen uit het gedicht Er was eens een tijd

 

Er was eens een tijd waarin

ik dichter bij de toekomst kwam

Zo dicht al binnen handbereik

 

Het was de mooiste tijd

De toekomst wenkte

Wilt u mij maar volgen…

 

Matsier kijkt niet op van een gedaantewisseling. Het was in het voorjaar van 1971. Ik had mij laten opnemen in de jeugdkliniek Amstelland in het Provinciaal Ziekenhuis te Santpoort. Mijn gekte was iets waar ik in kon wegzinken, of het was een vulkaan die op uitbarsten stond. Ik voelde me eenzaam. Er moest iets gebeuren. Mijn mede-patiënt Willem had net een psychotische periode achter de rug waar niet alleen hij maar iedereen last van had.  Ik bewonderde Willem, om zijn woestheid en zijn wanhoop. Hij schreeuwde het van de daken, dat kon ik niet. Ik had hem een keer uit een vijver gevist en omdat ‘alles therapie’ was, deed het ons beiden goed. Ik werd beter, dan ik was.  

Tijdens de presentatie in boekhandel Atheneum schoot mij te binnen dat ik samen met hem bij Adriaan Roland Holst op bezoek ben geweest. Willem had in mij een dichter ontdekt en hij stond erop dat we samen een bezoek zouden brengen. Hij maakte zo waar een afspraak en op een lentedag begonnen wij te aan een voetreis vol avonturen, van Santpoort naar Bergen. Willem had een uitstekende dag, want uiteindelijk we kwamen aan. 

Monsieur Adrian ontving ons vriendelijk, schonk een kopje thee en gaf er een koekje bij. Ze bleken elkaar goed te kennen en er volgde een onderhoudend gesprek. Ik durfde geen mond open te doen. Voorzichtig vroeg Holst naar mijn schrijfplannen als ik uit het gekkenhuis kwam. Ik weet niet meer wat ik gestameld heb. Het moet iets geweest zijn van: dat de sloot van de literatuur voor mij nog te breed was en dat ik geen polsstok - lang genoeg -  had om erover te springen, maar dat ik dat zeker wilde. Willem hoorde mij verbaasd aan en zei tegen Roland Holst dat zou mij zeker lukken. Hoe hij daarbij kwam, wist ik niet. Monsieur Adrian maande ons tot rust en overweging, dan zou het goed komen. Hij stond in deuropening toen we weg gingen en zwaaide ons uit...

Zingend gingen wij weer op pad.

'Op de weg van 

Santpoort-Zuid 

naar Bergen aan Zee

daar liepen eens twee gekken...'.

 

Toen ik heel veel jaren later aan de universiteit zat en een beurs had gekregen om een proefschrift te schrijven, kreeg ik steun van collega en dichter Karel Soudijn. Hij leerde mij het lezen van gedichten is iets heel anders als het scannen van artikelen of het lezen van een boek. 

‘Je moet een gedicht proeven, een fles jenever drink je ook niet in één keer op.’ 

Ook dat schoot me weer te binnen, toen Tjit een fles Oude Wees aan zijn redactrice cadeau gaf. Zo’n fles had ik de week ervoor aan de dichter Jan Chris Jansen gegeven om samen het glas te heffen op het feit dat we onze ouders kwijt zijn maar ook dat we - nu we volwassen zijn - er nooit helemaal alleen voor staan. Alleen vriendschap kan ons redden. Nu hef ik het glas op deze mooie bundel gedichten en neem er een klein slokje van. 

U heeft geen tijd te verliezen, haast u naar de dichtstbijzijnde boekhandel: Zonder titel, zonder jaar is verschenen in een kleine oplage. Zie dat je de eerste druk te pakken krijgt..

BB

 

Zonder titel, zonder jaar, Nicolaas Matsier, De Bezige Bij (ISBN 9789023472902).