Onderzoek naar een hulpmiddel ter verbetering van literaire teksten:

Jouw Ware Theorie van het Schone

 

1. Introductie

‘Pellerin las alles wat er geschreven was over esthetica, om achter de ware theorie van het Schone te komen, want hij was ervan overtuigd dat hij, zodra hij die gevonden had, meesterwerken zou kunnen maken. Hij omringde zich met alle denkbare hulpmiddelen, tekeningen, gipsbeelden, modellen, gravures; en hij zocht maar en pijnigde zich af, en weet zijn falen aan het weer, zijn zenuwen, zijn atelier; hij ging op straat inspiratie zoeken, en totaal van streek als hij die had gevonden, liet hij zijn werk weer in de steek om te dromen van iets anders, dat nog veel mooier moest worden. Aldus verteerd door zijn zucht naar roem, verdeed hij zijn dagen met discussiëren, geloofde in duizend en één dwaasheden, kritieken, het belang van voorschriften of hervormingen op het gebied van de kunst, en had op zijn vijftigste alleen nog maar ontwerpen voortgebracht. Dank zij een onverwoestbare trots liet hij zich nooit ontmoedigen, maar altijd was hij prikkelbaar en verkeerde in de kunstmatige en tevens natuurlijke staat van opwinding die eigen is aan komedianten...’. Flaubert, G., Leerschool der liefde, Veen (2008)

2. Verzameling en ordening van kennis

Pellerin, een Frans schilder, was actief in het midden van de 19de eeuw. Hij koesterde een aan idolatrie grenzende verering voor de grote meesters, Correggio, Murillo, Callot, Rembrandt, Goya en Michelangelo (die hij vergeleek met Shakespeare). Hij las alle werken over esthetica om achter de ware theorie van het Schone te komen; hij was er vast van overtuigd dat hij, als hij die eenmaal had ontdekt, meesterwerken zou maken. In zijn jeugd stak hij de draak met de uiterlijke werkelijkheid. Alles draaide om de Idee: ‘Zonder idee, niets groots! Zonder grootheid, niets schoons!’ (Rokus Hofstede op http://www.hofhaan.nl).

Het is ook niet eenvoudig om De Ware Theorie van het Schone te vinden. Als deze al bestaat, zal hij in ontwikkeling zijn en zal zeker geen vaste antwoorden geven. Een beginnende schrijver moet het niet alleen buiten zichzelf zoeken, maar ook bij zichzelf te rade te gaan. Stug doorzoeken, je nooit laten ontmoedigen tot het kolderieke toe, dat is het devies. Voor beginnende schrijvers zijn er tegenwoordig tal van boeken met richtlijnen en schrijfcursussen. Noch in de boeken, noch in de cursussen wordt een vaststaande theorie gevolgd. Het gaat steeds om een inspanningsverplichting die de schrijver zichzelf moet opleggen om zijn eigen vorm, zijn eigen toon te vinden. Er worden globaal do’s en don’ts gegeven. Bijvoorbeeld: ‘Een boek zonder plot werkt niet.’ Of: ‘Een sterke plot is beter dan een zwakke.’ Het is aan de beginnende schrijver om de combinaties te maken: zijn of haar combinaties in stijl, in thema, wat betreft ritme, suspense en wel of geen plot. De Ware Theorie van het Schone ligt ergens in een beginnende schrijver besloten en het is de vraag of die eruit zal komen. Een hulpmiddel ter verbetering van literaire teksten kan hierbij van dienst zijn.

 

3. Hulpmiddel

Drie zaken zijn hierbij opvallend: het gaat niet om een vaststaande kwaliteit; het gaat om individuele literaire kwaliteiten; het gaat niet ‘beoordelingen van een waarnemer’, maar om ‘richtlijnen voor een deelnemer’.

Het idee is om de hand van deze constateringen eerst gesprekken te voeren met experts en zo concreet mogelijk door te vragen op literaire kwaliteit/kwaliteiten, hen te vragen niet deze kwaliteiten te definiëren maar via associaties en voorbeelden te illustreren. Deze associaties worden samengevat op kaarten. Gesprekspartners worden ook gevraagd om ordeningen in de kaarten te maken. Zie: associaties combineren. Vervolgens worden  vragen gesteld over richtlijnen en suggesties voor schrijvers. Ook daarbij worden weer om ordeningen gevraagd. Zie: leidraden verschaffen.

Jouw Ware Theorie van het Schone biedt geen algemeen criterium voor beoordeling, hooguit een individueel criterium. Twee strategieën om tot criteria te komen: van buitenaf en van binnenuit. Leren om beter literaire kwaliteit te beoordelen (1) en leren om je eigen richtlijnen voor schrijven te verbeteren (2). Jouw Ware Theorie van het Schone wordt ook gevonden door veel te lezen, te schrijven en andere schrijvers te beoordelen en om dat weer om te zetten in nieuwe suggesties. Het idee is om ‘uitgangskennis’ op verschillende manieren voor jou toegankelijk en toepasbaar te maken.

 

 4. Selectie van kennis door experts

Algemene kennis over literaire kwaliteit is bij lezers, recensenten, schrijvers aanwezig. Er wordt zoveel mogelijk van deze kennis in de vorm van associaties verzameld en deze wordt door andere ‘experts’ beoordeeld op verschillende categorieën: belangrijkheid, uitvoerbaarheid, relevantie etc,. In dit stadium blijft het onderzoek nog aan de buitenkant. Naar aanleiding Huid en Haar (Grünberg), kun je een schema maken met mogelijke beoordelingen. Deze beoordelingen kunnen weer geordend worden op drie niveaus: diepte (thema, premisse), oppervlakte (indelingen in hoofdstukken en alinea’s en oppervlakte (zinnen, samengestelde zinnen). Het idee is dat deze beoordelingen en mogelijke ordeningen doorlopend worden bijgesteld aan de hand van nieuwe inzichten, van individuele inzichten. Hierbij illustraties waarop dit plaatsvindt.

 

 (Ordening van kennis over literaire kwaliteit in de vorm van associaties: van buiten af)

 

 

(Ordening van kennis in de vorm van suggesties voor schrijven: 

Van binnenuit)

 5. Ontwerp strategie

De vraag naar Jouw Ware theorie van het Schone is zo vertaald in een competentieprobleem. Tot nu zijn we bezig geweest om kennis op kaarten te zetten en die in de vorm van gecombineerde associaties en in de vorm van gekoppelde suggesties te verrijken. Een hanteerbaar hulpmiddel, in de vorm van een set van kaarten. De volgende stap is een applicatie voor de computer, tablet of smartphone. Hierover kort enige notities.

Met de App. moeten beginnende schrijvers gemakkelijker hun eigen Ware Theorie van het Schone kunnen vinden en ontwikkelen. Voor iedere App. is het van belang om vooraf de doelstellingen te bepalen. Wat moet de App. doen? Wie gaat het gebruiken? Wat wilt je ermee bereiken? Op welke verschillende apparaten, tablets en computers dient de App. beschikbaar te zijn? Wordt het een gratis App of een betaalde App? In een beginnerplatform met een abonnement?

Een goed grafisch ontwerp van deze App. is belangrijk. Wordt er gebruik van de specifieke functies en specifieke gebruikersinterface van een smartphone? 
Op welke wijze wordt het gebruik van de App zo intuïtief mogelijk gemaakt?

Wordt er gezorgd voor eventuele koppelingen met externe systemen en wordt de App. ontwikkeld voor de diverse apparaten? Een App. vergt onderhoud en beheer, net als de het kaartensysteem van hierboven. De App. is een nadere uitwerking. Na het uitbrengen van de App. worden nieuwe functies en uitbreidingen toegevoegd.  Jouw ervaringen  moeten leiden tot een verbeterde versie.

 

6. Tenslotte

Een App. moet zich in het gebruik  bewijzen. Over het citaat van Flaubert: Pellerin verketterde op latere leeftijd het idee van Schoonheid en pleitte hij juist voor de eigenheid en verscheidenheid der dingen: ‘Want alles bestaat in de natuur, dus alles is legitiem, alles is plastisch.’ Op zoek naar inspiratie ontplooide hij een koortsachtige activiteit, maar ondanks zijn dromen van roem, had hij op vijftigjarige leeftijd alleen nog maar schetsen geproduceerd. (Rokus Hofstede op http://www.hofhaan.nl). Misschien zou Pellerin iets aan deze App. gehad hebben?

© Bert Bakker